Zilvervloot

De kaapvaart op Spaanse schepen, uitgevoerd in opdracht van de West-Indische Compagnie, haalde rond 1620 grote buiten binnen. In 1627 pleegde admiraal Piet Heijn twee kleinere kaperijen in de Allerheiligenbaai. De grootste klap was de verovering van de alom bekende Zilvervloot in september 1628. Hij veroverde de Zilvervloot in de Slag in de Baai van Matanzas (eiland Cuba).

De schatten van de Zilvervloot werden vervoerd naar Amsterdam en geborgen in de souterrains van Het West-Indisch Huis. Tegenwoordig heten de souterrains de Piet Heijn kelder. De verovering van de Zilvervloot was niet alleen een financiële, maar vooral ook een morele overwinning op de Spanjaarden.

De persoon die mocht beslissen wat er met de kostbaarheden van de Zilvervloot moest gebeuren was de stadhouder van De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De stadhouder op dat moment was Frederik Hendrik van Oranje, zoon van Willem van Oranje.

De afbeelding laat de verovering van de Zilvervloot zien. Deze afbeelding hangt ook in de antichambre Compagnieszaal van Het West-Indisch Huis.

Leave a Comment

Neem contact
met ons op!

CONTACT